Boedel

De boedel is het vermogen van de failliet dat de curator beheert en te gelde maakt: alles wat de schuldenaar had op de dag van de faillietverklaring, plus wat hij tijdens het faillissement verwerft (artikel 20 Fw). Uit de opbrengst betaalt de curator eerst de boedelschulden; wat daarna overblijft, gaat naar de schuldeisers.

Vanaf de uitspraak mag de failliet zelf niet meer over dat vermogen beschikken (artikel 23 Fw). Het beheer en de vereffening liggen bij de curator (artikel 68 Fw). Schulden die de failliet na de uitspraak nog aangaat, komen niet ten laste van de boedel, tenzij de boedel er beter van is geworden (artikel 24 Fw).

Wat buiten de boedel valt

  • Spullen voor het dagelijks leven. Bij een natuurlijk persoon blijven onder meer de inboedel, kleding, levensmiddelen en huisdieren buiten het faillissement, voor zover ze niet bovenmatig zijn (artikel 21 Fw met artikel 447 Rv).
  • Een deel van het inkomen. Loon of uitkering die de failliet tijdens het faillissement ontvangt, valt in de boedel, behalve het deel dat de rechter-commissaris hem laat (artikel 21 onder 2° Fw).
  • Zaken onder eigendomsvoorbehoud. Een leverancier die zich de eigendom voorbehield tot de betaling, blijft eigenaar (artikel 3:92 BW). Die zaak hoort niet bij het vermogen van de failliet; de leverancier kan haar opeisen (artikel 5:2 BW).

Verpande of met hypotheek bezwaarde zaken horen wél bij de boedel. De pand- of hypotheekhouder mag ze wel verkopen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Fw). Daarom heet hij separatist. Hij houdt zijn vordering in van de opbrengst; een overschot gaat naar de boedel (artikel 3:253 BW). De curator kan hem een redelijke termijn stellen om te verkopen (artikel 58 Fw). De rechter-commissaris kan een afkoelingsperiode van maximaal twee maanden afkondigen, eenmaal te verlengen met twee maanden (artikel 63a Fw). Ook een leverancier met eigendomsvoorbehoud moet dan wachten.

Boedelschulden

Boedelschulden zijn schulden die tijdens het faillissement ten laste van de boedel ontstaan. Voorbeelden:

  • het salaris van de curator, dat de rechtbank vaststelt (artikel 71 Fw);
  • de huur vanaf de dag van de faillietverklaring (artikel 39 Fw);
  • het loon en de premies vanaf die dag (artikel 40 Fw).

Huur en loon van vóór de uitspraak zijn geen boedelschuld. Die dient u in als vordering in het faillissement bij de curator (artikel 110 Fw).

Boedelschulden gaan vóór de schulden van vóór het faillissement. Het salaris en de verschotten van de curator gaan als kosten van vereffening weer vóór de andere boedelschulden. Is er te weinig voor alle boedelschulden, dan worden de overige naar evenredigheid betaald, met inachtneming van wettelijke voorrechten (Hoge Raad 28 september 1990).

Daarom betekent opheffing wegens gebrek aan baten dat er niet genoeg is voor de faillissementskosten en de overige boedelschulden (artikel 16 Fw). Voor de schuldeisers van vóór het faillissement blijft dan niets over.

De rangorde bij uitbetaling

  1. Separatisten: pand- en hypotheekhouders, uit de opbrengst van hun onderpand. Pand en hypotheek gaan boven voorrechten (artikel 3:279 BW), met uitzonderingen zoals het bodemvoorrecht van de Belastingdienst.
  2. Boedelschulden, met het salaris van de curator voorop.
  3. Preferente schuldeisers: wie een wettelijk voorrecht heeft (artikel 3:278 BW). De Belastingdienst gaat boven de meeste andere voorrechten (artikel 21 Invorderingswet 1990). Werknemers hebben een voorrecht voor loon over het lopende en het voorgaande kalenderjaar (artikel 3:288 onder e BW).
  4. Concurrente schuldeisers: iedereen zonder voorrang, naar evenredigheid van de vordering (artikel 3:277 lid 1 BW).
  5. Achtergestelde schuldeisers: wie heeft afgesproken pas na anderen betaald te worden (artikel 3:277 lid 2 BW).

Een groep krijgt pas iets als de groepen erboven volledig betaald zijn. Wie voorrang heeft maar daaruit niet volledig betaald wordt, deelt voor het restant mee met de concurrente schuldeisers (artikel 180 lid 2 Fw). De verdeling staat op de uitdelingslijst.

Wat u als schuldeiser kunt doen

  • Dien uw vordering schriftelijk in bij de curator, met bedrag en grondslag. Ontstond uw vordering na de uitspraak, bijvoorbeeld huur of loon, meld dan dat u haar als boedelschuld beschouwt.
  • Leverde u onder eigendomsvoorbehoud, laat de curator dan direct weten welke zaken u terugwilt en waar ze staan.
  • Lees de openbare verslagen van de curator. Daarin beschrijft hij de stand van de boedel en het saldo van de boedelrekening, zodat u ziet of er na de boedelschulden iets overblijft.

Bronnen

Verwante begrippen

← Alle begrippen

Laatst bijgewerkt: 2026-10-29

Nog niet duidelijk?

We geven geen persoonlijk antwoord — we gebruiken je vraag om de site te verbeteren.

Stel je vraag

Nog niet duidelijk?

We geven geen persoonlijk antwoord — we gebruiken je vraag om de site te verbeteren.

Vul geen persoonsgegevens in.

Wat is je situatie?

Dan weten we welke uitleg we moeten toevoegen.