Preferente schuldeiser

Een preferente schuldeiser is een schuldeiser met een wettelijk voorrecht: hij wordt in een faillissement betaald vóór de concurrente schuldeisers. Een concurrente schuldeiser heeft geen voorrang en krijgt alleen iets als er daarna nog geld over is, naar verhouding van de hoogte van zijn vordering (artikel 3:277 lid 1 BW).

Voorrang ontstaat alleen uit pand, hypotheek, een voorrecht of een andere grond die de wet noemt (artikel 3:278 BW). Een leverancier met een onbetaalde factuur en zonder zekerheid is dus in de regel concurrent.

De volgorde van betalen

  1. Pand- en hypotheekhouders. Zij kunnen hun onderpand verkopen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Fw) en heten daarom separatisten. Verkopen zij zelf, dan gaan de algemene faillissementskosten niet van die opbrengst af (artikel 182 Fw). Een afkoelingsperiode van ten hoogste twee keer twee maanden kan hen tijdelijk tegenhouden (artikel 63a Fw). Wat het onderpand niet dekt, dienen zij in als concurrente vordering (artikel 59 Fw).
  2. Boedelschulden. Dat zijn schulden die tijdens het faillissement ontstaan, zoals het salaris van de curator en de huur en het loon vanaf de faillietverklaring (artikel 39 en 40 Fw). Zijn er niet genoeg baten om zelfs deze te betalen, dan kan de rechtbank het faillissement opheffen (artikel 16 Fw).
  3. Preferente schuldeisers, in de volgorde die de wet hun geeft.
  4. Concurrente schuldeisers. Zij krijgen allemaal hetzelfde percentage, dat de rechter-commissaris vaststelt (artikel 180 lid 2 Fw).
  5. Achtergestelde schuldeisers. Wie met de schuldenaar een lagere rang heeft afgesproken, komt na de concurrente schuldeisers (artikel 3:277 lid 2 BW).

Is de boedel na de boedelschulden en de preferente vorderingen leeg, dan krijgen concurrente schuldeisers niets.

Wie preferent is

  • De Belastingdienst. De Staat heeft een voorrecht op alle goederen van de belastingschuldige (artikel 21 lid 1 Invorderingswet 1990). Dat gaat boven bijna alle andere voorrechten; alleen enkele gaan voor, zoals de kosten van de faillissementsaanvraag (artikel 21 lid 2 en artikel 3:288 onder a BW).
  • Werknemers, voor wat zij over het lopende en het voorafgaande kalenderjaar van hun werkgever te vorderen hebben, zoals achterstallig loon (artikel 3:288 onder e BW). Zij staan onder de fiscus.
  • Het UWV. Het UWV betaalt werknemers van een failliete werkgever onder meer achterstallig loon en vakantiegeld (artikel 64 WW). Die vorderingen gaan met hun voorrecht op het UWV over (artikel 66 lid 1 WW en artikel 6:142 BW). Voor de premies daarover heeft het UWV dezelfde rang als de fiscus (artikel 66 lid 3 WW).
  • Bijzondere voorrechten op één bepaald goed, bijvoorbeeld voor kosten die zijn gemaakt om een zaak te behouden (artikel 3:284 BW) of voor een aannemer die een zaak heeft bewerkt (artikel 3:285 BW). Zo'n voorrecht geldt alleen op de opbrengst van dat goed.

Pand en hypotheek gaan boven een voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 3:279 BW). Een uitzondering is het zogenoemde bodemvoorrecht van de fiscus. Dat gaat boven een pandrecht op roerende zaken die op de bodem van de schuldenaar staan, zoals de inrichting van een pand (artikel 21 lid 2 en artikel 22 lid 3 Invorderingswet 1990).

Waar u dit in de verslagen leest

Is de onderneming zelf failliet, bijvoorbeeld een bv of vof, dan volgt het openbaar verslag het model uit de Recofa-richtlijnen. Hoofdstuk 8, 'Crediteuren', noemt de boedelvorderingen, de preferente vorderingen van de fiscus en van het UWV, de andere preferente crediteuren, en het aantal en totaalbedrag van de concurrente crediteuren. Hoofdstuk 5, 'Bank/Zekerheden', beschrijft de separatisten, eigendomsvoorbehouden en retentierechten.

Het tussentijdse financieel verslag gaat volgens het Recofa-model over ontvangsten, betaalde boedelschulden en het saldo. Hoe dat saldo over de preferente en concurrente schuldeisers wordt verdeeld, staat pas in het financieel eindverslag.

Die verslagen geven totalen, niet uw eigen plaats. Op de lijsten van de curator staat per vordering of hij haar bevoorrecht of door pand of hypotheek gedekt vindt (artikel 113 Fw). Die lijsten liggen de zeven dagen vóór de verificatievergadering ter griffie ter inzage (artikel 114 Fw). Bij een uitdeling meldt de curator u schriftelijk welk bedrag voor u is uitgetrokken (artikel 183 lid 2 Fw).

Wat u als leverancier kunt doen

Vooraf, bij het leveren:

  • Eigendomsvoorbehoud. U blijft eigenaar tot de afnemer de geleverde zaken heeft betaald (artikel 3:92 BW). Die zaken vallen dan niet in de boedel en u kunt ze terughalen zolang ze er nog zijn, al kan een afkoelingsperiode dat uitstellen.
  • Pandrecht. U kunt een pandrecht bedingen, bijvoorbeeld op voorraad of op vorderingen van uw afnemer, ook zonder dat u de zaken in handen krijgt (artikel 3:237 en 3:239 BW). U bent dan separatist.
  • Bankgarantie. Een bank staat in voor de betaling. U haalt uw geld dan bij de bank en niet uit de boedel.

Na het faillissement dient u uw vordering in bij de curator. Vermeld daarbij of u aanspraak maakt op een voorrecht, pand, hypotheek of retentierecht (artikel 110 lid 1 Fw). Op de verificatievergadering kan iedere schuldeiser op de lijsten de beweerde voorrang van een vordering betwisten (artikel 119 lid 1 Fw).

Bronnen

Verwante begrippen

← Alle begrippen

Laatst bijgewerkt: 2026-10-29

Nog niet duidelijk?

We geven geen persoonlijk antwoord — we gebruiken je vraag om de site te verbeteren.

Stel je vraag

Nog niet duidelijk?

We geven geen persoonlijk antwoord — we gebruiken je vraag om de site te verbeteren.

Vul geen persoonsgegevens in.

Wat is je situatie?

Dan weten we welke uitleg we moeten toevoegen.