WHOA
De WHOA (Wet homologatie onderhands akkoord) is de regeling waarmee een onderneming buiten faillissement een akkoord aanbiedt dat de rechtbank ook bindend kan verklaren voor schuldeisers die tegenstemden. Dat kan zodra redelijkerwijs aannemelijk is dat de onderneming haar schulden niet zal kunnen blijven betalen (artikel 370 lid 1 Fw).
De WHOA geldt sinds 1 januari 2021 (Stb. 2020, 414 en 415). Volgens de toelichting is zij vooral bedoeld voor een levensvatbaar bedrijf met een te zware schuldenlast. Een akkoord om een kansloze onderneming gecontroleerd af te wikkelen mag ook, als dat meer oplevert dan een faillissement.
Wie het akkoord aanbiedt
De schuldenaar kan het akkoord zelf aanbieden (artikel 370 lid 1 Fw). Een schuldeiser, aandeelhouder of de ondernemingsraad kan de rechtbank ook vragen een herstructureringsdeskundige aan te wijzen, die dan het akkoord aanbiedt (artikel 371 lid 1 Fw). Bereidt de schuldenaar het akkoord zelf voor, dan kan de rechtbank een observator aanstellen die toezicht houdt namens de gezamenlijke schuldeisers (artikel 380 Fw).
De WHOA staat niet open voor een particulier zonder eigen beroep of bedrijf, en niet voor banken en verzekeraars (artikel 369 lid 1 Fw). Rechten van werknemers uit hun arbeidsovereenkomst en pensioenaanspraken kan het akkoord niet wijzigen (artikel 369 lid 4 Fw).
Besloten of openbaar, en niet op deze site
Een akkoord wordt voorbereid in een besloten of een openbare procedure (artikel 369 lid 6 Fw). In de besloten variant behandelt de rechter verzoeken niet in het openbaar maar in raadkamer (artikel 369 lid 9 Fw). Bij de openbare variant volgt een melding in het centrale register van artikel 19 Fw en in de Staatscourant (artikel 370 lid 4 Fw).
FaillissementAlert toont alleen faillissementen, surseances en schuldsaneringen: de gegevens die de site via de webservice van het CIR ophaalt, kennen geen andere procedures. Een WHOA-traject vindt u hier dus niet, ook niet de openbare variant. Volgt na een mislukt akkoord een faillissement, dan verschijnt dat faillissement wel.
Stemmen in klassen
Schuldeisers met een andere rang of een niet-vergelijkbare positie stemmen in aparte klassen (artikel 374 lid 1 Fw). Een pand- of hypotheekhouder stemt voor het gedekte deel in een eigen klasse en voor de rest als concurrente schuldeiser (artikel 374 lid 3 Fw). Alleen wie door het akkoord in zijn rechten wordt geraakt, stemt mee (artikel 381 lid 2 Fw).
Een klasse stemt in als de voorstemmers samen minstens twee derde vertegenwoordigen van het bedrag van wie in die klasse stemde (artikel 381 lid 6 Fw). Wie niet stemt, telt dus niet mee.
Homologatie, ook tegen een klasse in
Heeft ten minste één klasse van schuldeisers ingestemd, dan kan om homologatie worden gevraagd (artikel 383 lid 1 Fw). De zitting volgt acht tot veertien dagen na het verzoek (artikel 383 lid 6 Fw). De rechtbank weigert onder meer bij bedrog of als de nakoming niet voldoende gewaarborgd is (artikel 384 lid 2 Fw).
Een tegenstemmer kan afwijzing vragen als hij slechter af is dan bij een faillissement (artikel 384 lid 3 Fw). Heeft zijn klasse niet ingestemd, dan weigert de rechtbank op zijn verzoek ook als de opbrengst zonder redelijke grond afwijkt van de wettelijke rangorde, ten nadele van die klasse (artikel 384 lid 4 Fw). Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 369 lid 10 Fw).
Het gehomologeerde akkoord bindt alle stemgerechtigde schuldeisers, ook wie tegenstemde of niet stemde (artikel 385 Fw). Betaalt de schuldenaar niet, dan kunt u ontbinding vorderen, tenzij het akkoord dat uitsluit (artikel 387 lid 2 Fw).
Afkoelingsperiode
De rechtbank kan een afkoelingsperiode van ten hoogste vier maanden afkondigen. Schuldeisers kunnen dan zonder machtiging geen verhaal nemen op goederen of ze opeisen, en een faillissementsaanvraag wordt geschorst (artikel 376 lid 2 Fw). Met verlengingen duurt zij hooguit acht maanden (artikel 376 lid 5 Fw).
Verhouding tot surseance van betaling
De surseance van betaling bestaat nog, maar werkt niet voor schuldeisers met voorrang, voor zover zij zich kunnen verhalen op de goederen waarop die voorrang rust (artikel 232 Fw). Een WHOA-akkoord kan hen wel binden. De regering noemde het akkoord in surseance in 2019 ineffectief en "in de praktijk zo goed als ongebruikt" (Kamerstukken II 35249, nr. 3).
Wat u als schuldeiser kunt doen
- Lees het akkoord. Het vermeldt per klasse de financiële gevolgen en wat een faillissement naar verwachting zou opbrengen (artikel 375 lid 1 Fw).
- Ziet u een gebrek, protesteer dan direct bij de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige. Wie te lang wacht, kan zich er later niet op beroepen (artikel 383 lid 9 Fw).
- Breng uw stem uit, en vraag de rechtbank zo nodig vóór de zitting schriftelijk en met redenen om afwijzing (artikel 383 lid 8 Fw). Of dat zinvol is, kan een advocaat beoordelen.
Bronnen
- Faillissementswet, artikel 369 (toepassingsbereik, besloten of openbare procedure, werknemers)
- Faillissementswet, artikel 370 en 371 (aanbieden van het akkoord, herstructureringsdeskundige)
- Faillissementswet, artikel 374, 375 en 381 (klassen, inhoud van het akkoord, stemming)
- Faillissementswet, artikel 376, 379 en 380 (afkoelingsperiode, observator)
- Faillissementswet, artikel 383 en 384 (homologatie en afwijzingsgronden)
- Faillissementswet, artikel 385 tot en met 387 (gevolgen van de homologatie)
- Faillissementswet, artikel 232 (surseance werkt niet voor vorderingen met voorrang)
- Staatsblad 2020, 414 (Wet homologatie onderhands akkoord)
- Staatsblad 2020, 415 (inwerkingtreding WHOA per 1 januari 2021)
- Kamerstukken II 2018/19, 35249, nr. 3 (memorie van toelichting WHOA)
Verwante begrippen
Laatst bijgewerkt: 2026-10-29