Surseance van betaling

Surseance van betaling is uitstel van betaling dat de rechtbank verleent aan een onderneming die tijdelijk haar schulden niet kan betalen, maar wel levensvatbaar is. Gewone schuldeisers kunnen hun vordering dan niet afdwingen, en de schuldenaar beheert zijn zaken samen met een bewindvoerder.

Het bedrijf bestaat tijdens de surseance gewoon voort en werkt in de regel door. Alleen de schuldenaar zelf kan surseance aanvragen, met een advocaat (artikel 214 Fw). Dat kan een bv, nv, stichting of vereniging zijn, maar ook iemand met een eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Surseance is veel zeldzamer dan faillissement. Op FaillissementAlert herkent u een surseance aan een dossiernummer dat met S. begint.

Voorlopig en definitief

De rechtbank verleent de surseance direct voorlopig en benoemt een of meer bewindvoerders (artikel 215 lid 2 Fw). Daarna hoort zij de schuldeisers over een definitieve surseance. Die komt er niet als schuldeisers met meer dan een kwart van het vertegenwoordigde bedrag aan gewone vorderingen tegen zijn, of meer dan een derde van die schuldeisers (artikel 218 lid 2 Fw). Ook zonder uitzicht op betaling van de schuldeisers volgt geen definitieve surseance (artikel 218 lid 4 Fw). Een definitieve surseance duurt ten hoogste anderhalf jaar en kan worden verlengd (artikel 223 Fw).

Zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerder mag de schuldenaar niets met zijn vermogen doen (artikel 228 lid 1 Fw). Elke drie maanden legt de bewindvoerder een verslag over de boedel ter griffie neer, dat u kosteloos kunt inzien (artikel 227 Fw).

Voor welke schuldeisers de surseance geldt

De surseance werkt alleen tegen concurrente schuldeisers. Zij kunnen de schuldenaar niet tot betaling dwingen, en gelegde beslagen vervallen zodra de definitieve surseance onherroepelijk is (artikel 230 Fw). Oude schulden mag de schuldenaar alleen aan hen allen samen betalen, naar verhouding van hun vordering (artikel 233 Fw).

Schuldeisers met voorrang vallen er niet onder (artikel 232 Fw). Pand- en hypotheekhouders kunnen hun zekerheid uitwinnen, en preferente schuldeisers zoals de Belastingdienst en het UWV kunnen blijven innen. Met een afkoelingsperiode van ten hoogste twee maanden, eenmaal te verlengen, kan de rechtbank hun verhaal wel tijdelijk afhankelijk maken van toestemming van de rechter-commissaris (artikel 241a Fw). Een borg kunt u gewoon aanspreken: de surseance beschermt borgen niet (artikel 241 Fw).

Hoe een surseance eindigt

  • Omzetting in faillissement. De rechtbank trekt de surseance in, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar zijn schuldeisers benadeelt of er geen uitzicht op betaling meer is. In dezelfde beschikking kan ze het faillissement uitspreken (artikel 242 Fw). FaillissementAlert noemt dat 'Omgezet naar faillissement'; zie omzetting. Het faillissement krijgt een eigen dossier, met een nummer dat met F. begint.
  • Een akkoord. De schuldenaar biedt de concurrente schuldeisers een akkoord aan. Zodra de homologatie onherroepelijk is, eindigt de surseance (artikel 276 Fw) en bindt het akkoord al die schuldeisers (artikel 273 Fw).
  • Einde zonder faillissement of akkoord. De termijn verstrijkt (artikel 223 lid 1 Fw), of de schuldenaar vraagt zelf om intrekking omdat hij weer kan betalen (artikel 247 Fw). Ook kan de rechtbank de surseance intrekken of de homologatie weigeren zonder faillissement uit te spreken (artikel 242 lid 4 en 272 lid 4 Fw). FaillissementAlert toont dan het eigen label 'Surseance beëindigd'; dat is geen wettelijke term.

Bij 'Surseance beëindigd' is er dus geen faillissement uitgesproken en bestaat het bedrijf voort. Wel vervalt de bescherming van artikel 230 Fw: schuldeisers kunnen resterende schulden weer afdwingen.

De gebruikelijke afloop is een faillissement. In de toelichting bij een wetsvoorstel uit 2000 schreef de regering dat 73 procent van alle surseances zo eindigde, en dat een akkoord een uitzondering was.

Surseance en de WHOA

Sinds 1 januari 2021 kan een onderneming via de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA, Stb. 2020, 414) een akkoord aanbieden buiten faillissement (artikel 370 Fw). Zo'n akkoord kan ook preferente schuldeisers en zekerheidsgerechtigden binden, een akkoord in surseance niet. De regering noemde dat laatste in 2019 ineffectief en zo goed als ongebruikt. Voor herstructureren met een akkoord heeft de WHOA de surseance grotendeels verdrongen.

Wat u als schuldeiser kunt doen

  • Zoek de bewindvoerder op de dossierpagina op en lees zijn verslagen.
  • Biedt de schuldenaar een akkoord aan, dan stelt de rechtbank een uiterste datum voor het indienen van vorderingen (artikel 255 Fw). Stuur de bewindvoerder dan een rekening met de aard en het bedrag van uw vordering, plus bewijsstukken (artikel 257 lid 1 Fw).
  • Hebt u pand, hypotheek of een voorrecht, dien dan niet zomaar in: wie indient, valt onder de surseance en verliest die voorrang (artikel 257 lid 2 Fw).
  • Levert u tijdens de surseance nieuw, laat de bewindvoerder dan meetekenen. Anders is de boedel alleen aansprakelijk voor zover die erdoor is gebaat (artikel 228 lid 2 Fw).

Bronnen

Verwante begrippen

← Alle begrippen

Laatst bijgewerkt: 2026-10-12

Nog niet duidelijk?

We geven geen persoonlijk antwoord — we gebruiken je vraag om de site te verbeteren.

Stel je vraag

Nog niet duidelijk?

We geven geen persoonlijk antwoord — we gebruiken je vraag om de site te verbeteren.

Vul geen persoonsgegevens in.

Wat is je situatie?

Dan weten we welke uitleg we moeten toevoegen.