Uitspraak faillissement
Uitspraak faillissement is het moment waarop de rechtbank bij vonnis vaststelt dat een schuldenaar failliet is. Vanaf dat vonnis verliest hij de beschikking en het beheer over zijn vermogen. Dat werkt terug tot 0.00 uur van de dag van de uitspraak (artikel 23 Fw).
Bestaande beslagen op zijn roerende en onroerende zaken vervallen door de faillietverklaring (artikel 33 Fw). Betaalt iemand daarna nog rechtstreeks aan de gefailleerde, dan bevrijdt dat hem meestal niet. Hij moet dan opnieuw aan de curator betalen (artikel 52 Fw).
Wie het kan aanvragen
Dat kan op drie manieren. De schuldenaar doet eigen aangifte, een schuldeiser dient een verzoek in, of het Openbaar Ministerie vraagt het wegens openbaar belang (artikel 1 Fw). Vraagt een schuldeiser het zelf aan, dan is een steunvordering nodig: een tweede onbetaalde schuld van een andere schuldeiser, die de rechtbank aannemelijk moet vinden.
Curator en rechter-commissaris
De rechtbank benoemt hen in hetzelfde vonnis (artikel 14 Fw). De curator inventariseert meteen het vermogen en neemt het beheer erover. De rechter-commissaris houdt toezicht en moet ingrijpende beslissingen goedkeuren.
Verzet en hoger beroep
Hoorde de rechtbank de schuldenaar voor de uitspraak, dan staat voor hem hoger beroep open binnen acht dagen. Gebeurde dat niet, dan kan hij binnen veertien dagen in verzet komen bij dezelfde rechtbank (artikel 8 Fw). Het faillissement blijft intussen gewoon van kracht en de curator werkt door.
Twee bijzondere routes
Een faillissement volgt soms op een surseance van betaling. Blijkt een akkoord met de schuldeisers onhaalbaar, dan trekt de rechtbank de surseance in en spreekt zij meteen het faillissement uit (artikel 242 Fw). Ook een gerechtshof kan een faillissement uitspreken, bijvoorbeeld als het in hoger beroep een eerdere afwijzing terugdraait.
Wat u kunt doen
Zoek de curator op via de dossierpagina. Meld uw vordering schriftelijk, met het bedrag en de onderbouwing. Wacht daarmee niet tot de verificatievergadering: hoe eerder de curator uw vordering kent, hoe beter hij kan inschatten of er iets in de boedel zit.
Uw vordering vervalt niet door de uitspraak zelf. Gaat het om de onderneming zelf, dan kan die later door een opheffing ophouden te bestaan. Gaat het om een natuurlijk persoon, dan blijft de schuld ook na afloop van het faillissement bestaan.
Bronnen
Verwante begrippen
Laatst bijgewerkt: 2026-09-25